De BelgianCowboys publiceerden gisteren een kort onderzoek naar de correcte implementatie van 404 foutpagina’s bij bedrijven die SEO-diensten aanbieden. Uiteraard zijn we tevreden dat QueroMedia volgens het onderzoek zijn 404 foutpagina’s correct heeft geïmplementeerd maar we zijn er ons van bewust dat dit een element is dat bij de ontwikkeling van websites vaak over het hoofd wordt gezien.
Nochtans is de correcte implementatie van een 404 page not found foutpagina onontbeerlijk om zowel je bezoekers als de zoekmachines duidelijk te maken dat een gevraagde pagina niet bestaat.
Daarom 10 tips om je 404 foutpagina’s correct te implementeren op je website:
Kort kunnen we het dus als volgt samenvatten:
Zowel voor bezoekers als de zoekmachines is het belangrijk op een correcte manier 404 foutpagina‟s te implementeren als een niet bestaande pagina wordt opgevraagd. Voor de bezoeker moet een foutpagina korte en duidelijke informatie bieden over wat er verkeerd gelopen is met de request en hij of zij moet ook een eenvoudige uitweg uit de foutsituatie krijgen zonder de nood te voelen om de site te verlaten.
Voor de zoekmachines zijn er inhoudelijk geen vereisten, maar technisch dient een pagina niet gevonden vergezeld te worden van een 404 file not found response code. Op die manier weten de crawlers van de zoekmachine dat de url niet bestaat en dus ook niet in hun index dient opgenomen te worden.
Onze collega’s van SEOmoz bieden tijdens hun wekelijkse white board sessie een interessante blik op hoe je de SEO vooruitgang van je site kan meten met Google Analytics.
SEOmoz Whiteboard Friday – Analytics for SEO from Scott Willoughby on Vimeo.
Eén van onze klanten zag zichzelf genoodzaakt om met spoed naar een ander domein om te schakelen. De hele omschakeling moest op minder dan drie dagen achter de rug zijn. Nog even vermelden dat we na die drie dagen geen enkele controle meer hadden over het oude domein.
Voorbereiding is alles!
Na een twijfelachtige zucht zijn we meteen aan de slag gegaan. Er werd een kopie van de website opgezet op domeinB.be. Dit maakte ons werk een pak eenvoudiger omdat de duizenden URLs van de website hetzelfde zouden blijven, we moesten enkel het domein opvangen.
Werk met 301 redirects
Van zodra alles op dat vlak geregeld werd hebben we meteen de 301 redirects geactiveerd. Alle verkeer van domeinA.be werd doorgestuurd naar de zelfde URL op domeinB.be. We gebruikten hiervoor de standaard htaccess rewrite:
De website van Queen Elizabeth II heeft recentelijk een grondige SEO review gekregen. Als uithangbord van de Britse monarchy moestt Royal.gov.uk uiteraard het goede voorbeeld geven.
Julian Sambles, online marketing specialist van The Telegraph, maakte een overzicht van de 6 grootste SEO-fouten waaraan de site zich schuldig maakt. [Lees meer]
Doordachte interne links op je website zijn een niet te onderschatten aspect van een SEO-strategie, dat is genoegzaam bekend. Om die reden wordt deze zeer invoudige ingreep te pas en te onpas toegepast, met wisselend succes.
De GvA-webmaster gebruikt echter creatief bepaalde woorden in nieuwsartikels om door te linken naar hoofdcategorieën en subsecties van de site. Slim bekeken, al leidt dat soms tot grappige en af en toe zelfs twijfelachtige vaststellingen.
Meestal hebben we het hier over hoe je bepaalde pagina’s net beter laat ranken, vandaag even niet. Soms wil je een pagina niet in de kijker hebben staan. Ik denk dan bijvoorbeeld aan een privacyverklaring of disclaimers allerhande.
Hiervoor heb je een paar mogelijkheden:
Robots.txt en de no-index meta-tag
Door de pagina toe te voegen aan de disallow lijst van robots.txt zal hij niet langer door de zoekmachine geïndexeerd worden. Dit heeft natuurlijk wel als nadeel dat de pagina niet langer terug te vinden is in de resultaten.
rel=”no-follow”
Meestal wordt er naar dat soort pagina’s vanuit de footer gelinkt. Door aan die link het rel=”no-follow” attribuut toe te voegen zeg je tegen de zoekmachine dat hij geen belang mag doorgeven via die link aan de gelinkte pagina.
De pagina wordt nog wel geïndexeerd maar krijgt niet langer een waarde door van die link, en wordt dus ook minder belangrijk.
Google, Yahoo en Microsoft accepteren vanaf nu de “canonical” tag, dit om problemen met duplicated content te verhelpen. Vele webshops hebben hier last van. Op pagina’s waarop dezelfde content terugkomt (printversie van pagina, pagina’s van producten met andere kleur of maat, session id’s …) kan je deze nieuwe tag in de head plaatsen. Zo geef je een hint aan zoekmachines om aan te geven wat de originele of voorkeurs url is voor deze pagina’s. Zo is het duidelijk welke pagina’s bij elkaar horen.
Vanavond kwam ik al surfend terecht bij een artikel op Clickz.com van intussen bijna een jaar geleden: The Official 2008 Web 2.0 Buzzword Forecast. In het artikel doet Auteur Pete Blackshaw een aantal voorspellingen over wat de buzz words voor 2008 zouden worden.
Een van de leukste vond ik toch wel “search moptimization”, wat komt van “mop”, het Engelse woord voor zwabber of stokdweil. Wij kennen het beter als “online reputation management”, ofwel het beheren van je online reputatie door het schoonmaken van de zoekresultatenpagina’s op branded keywords.
Niet dat er niet genoeg tools bestaan in seo-land, maar toch komen er af en toe nog leuke alternatieven voorbij. Zoals deze, trafficmarks.
Wat doet het?
bottomline,
hoe vind ik websites die waarschijnlijk van enige impakt zijn op de top10-ranking resultaten. Een beetje simplistisch, maar als je toch linkbuilding wil gaan doen.
Stap2 bestaat uiteraard uit er iets nuttigs mee doen. Hoe krijg ik links van zo’n site?
PS: Gratis seo advies: links vanuit linkedin waren in mijn test het belangrijkste.
Sinds gisteren 23 juli is het lang verwachte Google Knol open voor iedereen. Deze sterk geanticipeerde dienst wordt door sommigen beschouwd als Google’s antwoord op Wikipedia. Groot verschil is wel dat elke entry (of knol zoals onze vrienden uit Mountainview het hebben gedoopt) door slechts één persoon geschreven en beheerd wordt.
Dit systeem zou de fouten en onnauwkeurigheden zoals die tegenwoordig welig tieren op Wikipedia moeten voorkomen en bovendien de gebruikers moeten aanzetten om hun kennis te delen met de online community. Bovendien mag je in je eigen knols (blijft raar klinken) zoveel links plaatsen als gewenst en de verwachting is dan ook dat knols snel organisch zullen scoren voor competitieve termen zoals nu het geval is met de lemma’s van Wikipedia. Snel zijn is dus de boodschap. De SEO-wereld reageert alvast enthousiast.
Spammers aller landen, verenigt u!!!